Een organisatie is vanuit het INM geen enkel brein, maar een groep voorspellende breinen — en daarmee een groep voorspellingen. Iedere medewerker genereert continu verwachtingen: over de markt, over collega’s, over wat “normaal” is en over wat er straks gebeurt. Samen vormen die individuele voorspellingen een gedeeld model van de werkelijkheid: de cultuur, de aannames en de ongeschreven regels van de organisatie.
Dat gedeelde model heeft grote gevolgen. Zolang de voorspellingen van mensen op elkaar aansluiten, coördineert de organisatie soepel en efficiënt. Maar zodra de werkelijkheid afwijkt van de verwachting — een verstoring, een verandering, een conflict — ontstaat een voorspellingsfout die door de hele groep golft. Of de organisatie daarvan leert of juist vastloopt, hangt af van hoeveel gewicht die fout krijgt (precisie-weighting) en van de energie die beschikbaar is om zich aan te passen. Voorspellen en bijstellen kost immers energie; wanneer de collectieve belasting de metabole supply overstijgt, slaat aanpassingsvermogen om in weerstand, wrijving en uitputting. Uiteenlopende voorspellingen tussen mensen zijn zo bezien geen toeval, maar de bron van zowel innovatie als spanning.